Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

A little trip. ~

2 plaatsers

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 1 van 1]

1A little trip. ~ Empty A little trip. ~ za 24 sep - 22:10

Sultan

Sultan
VIP

Zijn oren naar voren gedrukt, een sierlijke glimlach rond zijn lippen en zijn ogen wijd gesperd. Zo ging hij voortaan door het leven, zijn humeur was helemaal omgeslagen en hij was ontzettend vrolijk, had weer zin in het leven én om in DH te zijn natuurlijk! Anders was hij allang weggeweest, want vorige week stond hij op het punt om alles achter zich te laten, waar hij later vast en zeker spijt van zou krijgen. Sultan duwde zijn gedachten weg, verruimde zijn passen snoof eens kort. Het nog waterige zonnetje was al aan het opkomen, een laagje dauw lag over zijn vacht heen en ook de grond was ermee besmeerd. Eventjes schudde hij zijn smalle hoofd, gooide hem vervolgens in de lucht en liet de rest van zijn lichaam volgen, om vervolgens een rauwe, maar zeer vriendelijke hinnik uit te stootten. Met een plof raakte zijn hoeven weer de diepbruine aarde, de rivier was al duidelijk hoorbaar en met goede hoop draafde hij kalm tussen de bomen door, kwam bij het water aan en liet zijn hals zakken, nam een aantal slokken van het frisse, heldere water en zuchtte tevreden. Dit was het leven, heerlijk op een warme dag ronddwalen en eventjes je hoofd leeg maken, want dat was écht even nodig. Een frisse wind blies zijn manen even op, zorgde ervoor dat de bezwete plekken langzaam opdroogde en zijn lichaamstemperatuur een tikkeltje zakte, want de hengst had het bloedheet na zijn ochtendtraining. Ookal hoefde hij niet eens meer zo sterk te zijn nu hij geen kudde meer had - hij bleef door trainen. Als hij dan ooit een vijand tegen zou komen, had hij altijd nog de spieren om terug te slaan als het eventueel uit zou lopen op een gevecht. Meestal waren de slechte paarden tegen hem, aangezien hij voor de zogenaamde bloemetjes en bijtjes koos, wat absoluut niet waar was. Slechte paarden dachten dat ze enkel en alleen daar van hielden, maar af en toe een gevechtje was goed vond Sultan. Dan trainde je overigens meteen je spieren en leerde je vecht technieken wat in het vervolg heel erg handig kon zijn.
Sultan brieste, deed een aantal stappen terug en liet zijn reebruine kijkers even door het gebied glijden, terwijl hij een glimp van een hert opving. Hij negeerde het, draaide zijn lichaam om en stapte weer terug tussen de bomen door. Zijn staart sloeg her en der tegen zijn lichaam toen de kleine ochtend muggen zijn lijf bestormde, er waren immers maar weinig paarden die zo vroeg in de ochtend trainde, vandaar dat Sultan dat wél deed. Zo had hij even een tijdje rust en kon hij trainen zonder dat hij gestoord werd, want daar deed hij het natuurlijk voor. Rust was goed voor hem, vooral na de lange periode waarin hij alleen maar stress kon en hij zwaar depressief aan het worden was, was het heerlijk dat hij nu zo gelukkig kon zijn en eventjes helemaal kon ontspannen. Het was overigens ook nog eens heerlijk weer, de vogels begonnen hun ochtend melodieën te fluiten en de konijnen verlieten hun holletjes om opzoek te gaan naar eten. Alles kwam nu tot leven en dat vond Sultan een enorm geweldig gezicht, vandaar dat hij nu even een pauze inlaste tijdens zijn training om te genieten van moeder natuur. Lang geleden dat hij zich zo had gevoeld en het voelde beter als alle andere keren, alsof hij nu wél zijn plaatsje had gevonden in Dream Horses. Alleen maar goed, want dan kon hij de rest van zijn leven hier doorbrengen. Ook hoefde hij zijn vrienden dan niet achter te laten en kon hen blijven zien, vooral Pearl. Eigenlijk waren er drie paarden waar hij voor bleef; Remember, Pearl en Mischa. Die drie paarden waren álles voor hem en dat wisten ze goed, misschien dat ze hem daarom overhaalde hier te blijven. Áls hij weggegaan was, zou hij toch weer snel terugkeren. Die paarden kon hij gewoon niet missen, maar als één van hen zou verdwijnen zou hij ook gaan. Zonder hun kon hij niet, dan overleefde hij het écht niet hier in Dream Horses..
Ondanks alles wat in zijn verleden was gebeurt, leefde hij voortaan naar de toekomst en keek hij niet meer om naar wat er gebeurt was. Hij moest het achter zich laten, want alle tijd dat hij dacht aan zijn verleden, ging van zijn toekomst af. Zijn vader zei altijd; `Elke minuut dat je aan je verleden denkt, gaat van je toekomst af.` Zachtjes herhaalde hij de woorden van zijn vader, glimlachte trots en snoof zachtjes. Alles was zijn vader voor hem, tot hij zijn moeder bedroog en Sultan als een klein, zielig hoopje achter liet. Hij was een wrak, kapot van alles wat er gebeurt was en bang voor alles wat nog komen zou. Abrupt schudde hij zijn hoofd, schoof de akelige gedachtes van zich af en draafde aan, tijd om terug te gaan naar de training waar hij zo net mee bezig was. Sultan spande zijn spieren, liet zijn neus ruste op zijn gespierde borst en duwde zijn hoeven in de diepbruine aarde, terwijl hij met een hoog tempo vooruit kwam. De neusgaten van Sultan waren wijd gesperd, hij nam een grote teug lucht en gooide zichzelf over een dikke, omgevallen boom die nog áárdig hoog was. Normaal sprong hij nooit, aangezien hij er een vreselijke hekel aan had; maar het was wél goed voor zijn spieren. Daar deed hij het immers om.
Zijn training zat erop, de zon was opgekomen en her en der liepen al andere paarden door de dunne paadjes, richting de rivier om hun droge keel te smeren. Na een nacht niets gedronken te hebben had je echter wel dorst natuurlijk, vandaar dat de meeste paarden in de ochtend hierheen kwamen om te drinken. Hij wist veel van Dream Horses af, hij leefde er onderhand al twee tot drie jaar en had al drie verschillende kuddes geleid. Of hij daar trots op was? Helemaal niet, het liefste had hij een kudde gehad die hij van het begin tot het einde zou leidden, dan pas zou hij trots zijn. Sultan was een mislukkeling, lomp en helemaal geen geboren leider. Als hij dat was zou hij zijn kudde niet zomaar af laten pakken, waar was hij destijds mee bezig geweest zeg? Maar goed, die tijd was geweest en nu had hij weer nieuwe kansen, om te bewijzen dat hij wel een goede leider was en als hij óóit nog een kudde zou krijgen, zou hij die houden tot zijn laatste adem geblazen was. Zijn vader had dat ook gedaan en Sultan zou hetzelfde als zijn vader worden, ondanks alles wat hij had gedaan. Natuurlijk zou hij niemand bedriegen, want hij zat daarin wél anders in elkaar als zijn vader - gelukkig maar. Sultan wilde geen paarden pijn doen, al had hij dat wel gedaan..
Het werd windstil, donkere wolken schoven voor het zonnetje en ineens koelde het hard af. Een grote, grijze deken werd over het gebied gelegd en het dreigende gedonder zorgde ervoor dat Sultan zich weer langzaam ellendig begon te voelen. Hij vermande zich, hield zich sterk en stapte koppig door, terwijl de regendruppels langzaam uit de wolken drupte, zijn vacht raakte en vervolgens zijn huid, waardoor de kou hem doordringde en hij zichzelf warm begon te draven. Gedonder, flitsen - alles was hoor en zienbaar. Bang? Nee, dat was hij absoluut niet. Maar wel enorm chagrijnig door de grote weersverandering. Sultan gooide zijn hoofd in de lucht, stootte een luide hinnik uit en versnelde zijn passen, terwijl hij níet in de gaten had dat het gras onder hem steeds gladder en gladder werd.
Koppig galoppeerde hij door, krulde zijn hals en spande zijn spieren aan om zichzelf op zijn benen te houden, want nu kreeg hij wél in de gaten dat het gras glibberig werd. In een sierlijke boog gooide hij zichzelf over een brede boomstam, kwam nét voor het randje op de grond en keek eventjes achterom. Oké, hij had geluk gehad. Sultan ging over naar een draf, stap en stond uiteindelijk stil. Zijn oren waren naar achter gedraaid zodat de regen niet in zijn oren zou komen, doelloos staarde hij naar de grond en voelde hoe de regen op zijn lijf kletterde, er vervolgens weer afgleed en samen smolt met het water dat op de grond lag. Een enorme lichtflits schoot door de lucht, verlichtte de aarde en liet het hart van Sultan eventjes sneller kloppen. Toch liet hij niet zien dat hij schrok, stond hij doodstil tussen de bomen en hoorde hoe de aarde trilde door de enorme donders die het vervolg waren van de bliksem. Nu trok hij zich er niets meer van aan, stapte door en zag dat rook opsteeg van zijn lichaam, aangezien hij bezweet was en de omgeving aardig koud geworden was door het smerige weer. Modder vormde zich onder zijn hoeven, rustig liet hij zijn hoofd zakken en stapte ontspannen door. Het begon weer op te klaren, de wolken dreven weg en het zonnetje kwam weer tevoorschijn. In de verte onweerde het nog, maar nu was het hier tenminste veilig.
De vogels floten weer hun liedje, de konijnen kwamen weer tevoorschijn en het was weer net als te voren, alleen was alles nu drijfnat en smerig. Sultan schudde zijn lichaam uit, regenwater spetterde van zijn lichaam af en het zonnetje zorgde ervoor dat de warmte weer een beetje terugkeerde in zijn lichaam, waardoor hij zijn tempo verminderde en de bossen uitstapte, om de schaduwen uit de weg te gaan en in het warme zonnetje te lopen. Dan warmde hij een beetje op en kon zijn vacht drogen, want dat wilde hij er immers mee bereiken. Het was lang geleden dat hij zijn dochters en zoons had gezien, die nog steeds ergens hier in Dream Horses moesten zijn. Waarom zijn familie altijd verdween wist hij niet, maar klote vond hij het zéker. Sultan fronste zijn wenkbrauwen, keek om toen hij geritsel hoorde en zuchtte diep toen hij erachter kwam dat het niets was. Wáárom was hij zo oplettend? Bang dat hem weer iets zou overkomen, hij weer terug in het zwarte gat zou vallen en er nooit meer uit zou kunnen komen? Als dat ooit nog zou gebeuren, gaf hij de moed écht op, hij had al zoveel meegemaakt en er kwam een tijd dat hij het gewoon niet meer trok, hij wel op móest geven omdat hij geen doorzettingsvermogen meer had, hij niet meer de sterke hengst van vroeger was. Dat was hij zowiezo allang niet meer, want doordat hij zoveel was verloren en hij niet meer de liefde voor zijn vader kon tonen door alles wat gebeurt was, stortte zijn hele leven in elkaar en was hij verschrikkelijk veel veranderd. De oude Sultan zou ook nooit meer terugkeren, maar met wie hij nu was, was hij óók blij.
Zijn geboorte zat nog in zijn hoofd, hij wist nog précies hoe de blije blik van zijn moeder dichterbij kwam en haar tong over zijn dunne lijfje gleed. Zijn vader die vervolgens aangestapt kwam en met een trotse, écht leiderlijke blik naar hem keek. Alsof hij al had gezien dat hij geboren was om zijn vader op te volgen en een paar maanden later, werd hij dan ook uitgeroepen tot opvolger van de kudde, waar hij toen geen ene reet om gaf, want hij wist nog niets over het leven én het leidden. Toen hij de leeftijd van twee en een half bereikt had, nam zijn vader hem mee naar een hoog gebergte. Hij had verteld wat hij moest doen; trainen, trainen en nog eens trainen. Over een halfjaar moest hij ongeveer net zo sterk zijn als zijn vader en was het zijn tijd om de kudde op te volgen, Sultan deed wat van hem verlangd werd en een halfjaar laten stond hij trots op zíjn berg, kijkend over het prachtige gebied en de liefdevolle paarden die af en toe naar hem hinnikte, als teken van respect en blijheid. Want wat waren ze blij met hem als leider, iniedergeval; dat zeiden ze elke dag tegen hem. Tót hij een partner kreeg, die alles voor hem verpestte en heel zijn leven ruïneerde. Alles was kapot, zijn hart, zijn kudde en zijn familie was pissig op hem. Zoveel spijt had hij, dat hij haar in zijn leven had laten komen en hij het toe liet dat ze alles verpestte, de hele kudde viel uit elkaar en hij vertrok, weg van alles wat hem zoveel pijn gedaan had, maar wél de plek waar hij zijn eerste stappen als leider gezet had. Zoveel spijt had hij gehad en nét in de bloei van zijn leven, gebeurde zo iets verschrikkelijks. Sultan was alleen, zwierf jaren rond en kwam toen terecht in Dream Horses, waar hij ups en downs had gehad, maar ook tijden had gekend waarin hij enorm gelukkig was en een kudde onder zijn hoede had weten te winnen. Trots was hij destijds op zichzelf, maar nu vond hij zichzelf maar een mislukkeling als hij eraan terugdacht. Het was allemaal niet eerlijk gegaan en hij had beter moeten nadenken voordat hij beslissingen genomen had, dan zou dit alles nooit gebeurd zijn en had hij een betere jeugd gehad, maar helaas kon hij de tijd niet terugdraaien en alles goed maken, zorgen dat níemand een reden had om kwaad op hem te zijn. Maar die tijden waren geweest, nu moest hij doorgaan en zorgen dat zijn toekomst wél foutloos verliep, dat hij goed oppaste wie hij in zijn leven toeliet en wie niet, want daar kwamen vaak de meeste fouten van. Paarden die eigenlijk een hekel aan hem hadden en in zijn leven wilde, enkel en alleen om alles voor hem te verzieken. Daar zou hij nóóit meer intrappen, Sultan was veranderd en niet meer de liefste van allemaal, ondanks hij dat vroeger wél was en iedereen hielp die hulp nodig had. Vijanden of vrienden, het maakte hem vroeger vrij weinig uit. Nu was het allemaal anders, want hij wilde zijn leven leven en niet steeds aan zijn vrienden af hoeven te hangen, zichzelf kunnen zijn en lekker kunnen doen wat híj zelf wil.
Het werd laat, het zonnetje scheen vollop en de zwarte hengst begon aardig veel honger te krijgen. Na de lange reis die hij door het gebied had afgelegd kwam hij bij een klein grasveldje uit, waar hij zijn hoofd liet zakken en begon te grazen. Wachtend tot enig gezelschap hem misschien weer een beetje op kon vrolijken. ~

[2411 woorden! Mijn record.~ Als je post, graag ook een lange post. ^^]

http://twilightgame.actieforum.com

2A little trip. ~ Empty Re: A little trip. ~ do 6 okt - 2:28

Blue

Blue

Intens, dat was de enige omschrijving voor de blik die zich op het gezicht van Blue had gevestigd. De slanke merrie keek met al haar aandacht naar het water voor haar, bijna alsof haar hele leven ervan af hing. En wie weet was dat ook wel zo, niemand wist wat er in het hoofd van de zwarte arabier omging, ze wist het zelf nauwelijks.
Er waren tijden in haar verleden dat ze gerust gestoord kon worden genoemd, een gevaar voor zichzelf en ieder ander om zich heen. “Blue, de merrie die het ene moment je vriend was, en het volgende je kon hebben gedood” Ze had het vaak genoeg gehoord, maar wat kon ze eraan doen?
Opgegroeid in een kudde waar ze uitschot was, afval, iets waar je met je neus opgetrokken langs liep. En nee, niet omdat ze misvormd was, of er anders uitzag, maar om wie ze vanbinnen was. De echte Blue, noemden ze het. In werkelijkheid was het haar geest die in gevecht was met zichzelf, die een rode waas over haar ogen trok en iedereen als vijanden afschilderde. En ze had ernaar gehandeld, nog niet de kracht bezittend die ze nu had kon ze het niet onder controle houden. Ze had haar innerlijk geloofd.
Pas jaren later was ze begonnen met het te onderzoeken, ze was begonnen er tegen te vechten en leerde het gevoel herkennen waarmee het begon, een hete golf haat die door haar heentrok.
Maar nu kon ze het terugduwen, de haat koelen met logica en kalmte. Als een rots die in een woeste zee stond, bleef ze kalm, en net zoals de zee zich steeds verder terug trok na iedere golf werd de rots groter naarmate het afzakte, het was er altijd al geweest, maar pas nu werd het onthuld. Alsof het universum haar had willen laten zien wat er kon gebeuren als ze het niet controleerde.
Waterdruppels sprongen woest voorbij, Blue bleef ernaar kijken, liet alles langskomen zonder het te volgen, ze zag in werkelijkheid het water niet, maar de beelden in haar gedachte leken er wel sterk op. Alleen was het geen water, maar een substantie zonder naam. Haar lichaam stond strak van de inspanning, aders liepen over haar hals en schouders en haar neusgaten waren wijd opengesperd.
Nee! De stille schreeuw was alles wat ze had, dat kleine woordje tegen een oceaan van overwelmende kracht, maar ze wist dat ze het kon, ze had het al vaker gedaan en zou het ook vaker moeten doen, het was evenzeer een deel van haar bestaan geworden als het feit dat ze ademde. Altijd aanwezig, maar niet altijd merkbaar.
Blue trok zichzelf met een laatste grote krachtsinspanning los uit haar gestoorde gedachten en haalde diep adem, ze trilde over haar hele zwarte lichaam en het schuimende zweet droop van haar hals af.
De merrie hief haar hoofd op en keek omzich heen, de wereld was grauw geworden. Ze wierp een donkere blik op de lucht en zag dat onweerswolken zich hadden verzameld, geweldig, dacht ze. Dat kon er ook nog wel bij. Nou ja, dacht ze terwijl ze zich verzoende met het feit van een komende onweersbui, op deze manier hoef ik tenminste niet een apart bad te gaan nemen. De merrie draaide zich om van het water zonder ook maar een slok gedronken te hebben en stapte de relatieve beschutting van de bomen in, het leek wel alsof het schemerde, het zou niet lang duren of de hel barste los.
En inderdaad, nog geen vijf minuten later flitste de eerste bliksemschicht over, in de verte gevolgd door laag gerommel. Ze hield haar emoties goed in de hand en na het gevecht met de Black Blue, zoals ze het zelf noemde, was dat redelijk makkelijk te noemen. Blue draaide zich weer terug naar de rivier en bleef met haar kont in de ondertussen huilende wind staan. De eerste regendruppels kletterde op haar toch al natte vacht en ze onderdrukte een rilling. Alsof er een dunne laag modder van haar afgleed voelde ze hoe het klamme zweet naar beneden droop, ze keek naar de grond en zag hoe witte kringen zich om haar hoeven vormde. Alles om haar heen negerend sloot ze haar ogen, de binnenkant van haar oogleden branden even fel op voordat ze afkoelde. Ze zette een witte achtervoet op rust en een kalme glimlach trok een mondhoek iets omhoog, heerlijk als je de truc wist om alles buiten te sluiten. Het gaf je de rust die anderen niet konden vinden, en in feite was het simpel. Zolang je je gedachten tot rust kon brengen en bereid was jezelf in een soort meditatieve staat te brengen was het mogelijk. Blue had al een tijd geleden geleerd hoe ze dat moest doen, maar ze was er nog geen heer en meester over, nog steeds voelde ze het fluiten van de wind en de kou op haar lichaam, maar zonder die angstaanjagende eigenschap die het net nog wel bezat.
Ze had mentaal niet door dat de wind begon af te nemen en de flitsen van verder weg kwamen, de grond trilde niet meer en de regen was niet meer dan een ongemakkelijke motregen geworden.
Nee, de storm was even snel over als dat hij gekomen was, maar toch had het aanzienlijke gevolgen gehad, de grond was veranderd in een laag modder en achter Blue was het pad geblokkeerd door een afgebroken boom. Een van de flitsen had hem geraakt en rook steeg in een dun sliertje op van de dikke stam. Blue draaide haar hoofd naar de verbrande lucht en merkte dat de elektriciteit nog aanwezig was.
Niet bang dat het een echt vuur zou worden draaide ze weer naar de rivier voor haar en merkte dat ze voor de storm verder was afgedwaald dan haar bedoeling was geweest, hoewel ze het ook niet erg vond om hier te zijn, merkte ze geamuseerd op. Het landschap was schoongespoeld en de zon scheen ongehinderd over een kleine open plek waardoor het een frisse lente uitstraling kreeg. De damp die van de natte aarde opsteeg hulde de grond in een wazige mist, haar ogen dwaalden af en plotseling verstrakte ze, in diezelfde mist stond ook een paard. Ze was al klaar om zich om te draaien en weg te lopen toen ze zich realiseerde dat het geen zin had, zodra ze zou beweging merkte de hengst haar op. Zijn zwarte vacht leek grijs te zijn in de mist en ze mijmerde even dat ze er zelf waarschijnlijk net zo uitzag. De merrie bewoog haar hoofd iets naar beneden en bekeek de onbekende hengst vanonder half gesloten oogleden. Hmm, hij zag er nog niet eens zo verkeerd uit. Blue ontspande langzaam haar spieren weer en nam het dier in zich op. Wie zou hij zijn? Aan zijn uiterlijk en houding te zien was hij een waardige tegenstander. Ugh, stopte ze die gedachte, vechten hoeft niet altijd het enige te zijn waar hengsten voor leefden. Ze deed beheerst een stap naar voren en kuchte een keer. Hij mocht de eerste stap zetten.

3A little trip. ~ Empty Re: A little trip. ~ do 6 okt - 3:25

Sultan

Sultan
VIP

Genietend van het waterige zonnetje dat zijn vacht desondanks op deed drogen, had hij niet in de gaten dat er een paard naderde. Hij was echter te druk met het eruit trekken van lange grassprieten dan dat hij op zijn omgeving letten, enorm dom van hem maar hij had verschrikkelijke honger gekregen. Een kleine bries ontsnapte uit zijn neusgaten, zijn lichaam was ontspannen en de temperatuur van de buitenlucht steeg geleidelijk, al was het nog niet meteen warm natuurlijk. Beter als net, want de storm had er voor gezorgd dat zijn vacht drijfnat was geworden en de huilende wind zorgde ervoor dat de kou op zijn huid sloeg, waardoor zijn lichaamstemperatuur een tikkeltje gedaald was.
Nog steeds genoot hij van het verse gras, lichtte zijn hoofd iets op toen hij een paarden geur rook en snoof kort. Door de grijzige mist was een schim zichtbaar, Sultan knauwde stilletjes door en keek hoe de schim naderde. Het was een zwarte merrie, dat was het enigste wat hij nu over haar kon zeggen. Hij kantelde zijn hoofd, hoorde hoe de merrie kuchte en Sultan brieste kort. Sultan besloot nog even te zwijgen, staarde haar doelloos aan en liet na een tijdje zijn reebruine kijkers over haar lichaam glijden, niet verkeerd; dat moest hij toegeven. Ontspannen zette hij zijn achterhoef op rust, nam haar geur even goed op en bekeek haar lichaam nog even kort. `Halleu.` Begroette hij haar opgewekt, terwijl zijn oren wat verder naar voren draaiden. Verveeld schudde hij een keertje zijn hoofd, smakte wat met zijn mond en draaide zijn hoofd van de merrie af, om vervolgens richting de bossen te kijken. De rivier lag langs hen, maakte weinig tot geen geluid en de stroming was zwak vandaag. Hij had eerder verwacht dat de stroming na de storm juist sterker geweest zou zijn, er was echter een grote hoeveelheid water uit de lucht gekomen dus normaal gesproken was de rivier dan sterker. Sultan schudde zijn natte manen van zijn hals af, sloeg zijn doorweekte staart een keertje door de lucht en keek met een amuserende blik naar de spetters die er vanaf vlogen. Met een onschuldige glimlach keek hij weer naar de merrie voor hem, snoof eens kort en maaide met zijn voorbeen door de lucht zodra er kleine muggen op zijn been landde.
`Ik ben trouwens Sultan.` Stelde hij zich vriendelijk voor, zijn oren waren totaal naar voren gepunt en zijn ogen waren wijd gesperd, ze twinkelde en de vriendelijke blik die er altijd in lag was teruggekeerd. Eindelijk was hij weer een beetje de oude aan het worden, hij was gelukkig hier gebleven aangezien Pearl, Mischa en Remember hem over gehaald hadden. Waar hij achteraf dankbaar voor was, want anders was hij waarschijnlijk in een ander gebied gekomen waar hij net zo ongelukkig zou worden als hij hier destijds was. Toch keerde hij het allerliefste terug naar het gebied waar hij geboren was, daar was alles perfect en er waren daar enkel en alleen goede en neutrale paarden. Daar had je geen last van die badasses die dachten alles te kunnen maken. Alles was door zoals hij altijd had gewild, hij was dan ook blij dat hij daar geboren was. Hij moest er niet aan denken ergens anders geboren te zijn, dan was hij nooit geweest zoals hij nu was; hij was eindelijk blij met zichzelf en was wie hij graag wilde zijn. Een hengst waar iedereen van zei; dat is die vriendelijke hengst. Maar ze moesten wel weten waar zijn grenzen lagen, want ook Sultan had grenzen. Misschien dat hij vaak lief en leuk was, maar hij had al aan een aantal paarden bewezen dat hij ook zijn botte kant had.
Nadat hij weer even verzonken was in zijn gedachtes, richtte hij zijn volledige aandacht weer op de zwarte merrie voor zijn neus en glimlachte lieflijk. `Ben je al lang hier in Dream Horses?` Zijn woorden braken de doodse stilte, zorgde ervoor dat hij zich weer een beetje op zijn gemak voelde en er geen spanning meer hing; want dat had hij zelf wel altijd bij stiltes. De grijzige mist zorgde ervoor dat Sultan niet heel ver meer de verte in kon kijken, het was dan ook gevaarlijker om hier te zijn. Er gingen echter geruchten dat de slechte paarden maar al te graag hier rondhingen, dat was ook de reden dat hij hier vrij weinig kwam. Hij ontliep die paarden maar al te graag, vandaar.
Rustig liet hij zijn hoofd zakken, trok een pluk gras uit de grond om zichzelf een houding te geven en keek de merrie even kort aan. Omygod, dit gras was echt delicious. ~
Tevreden brieste hij, voelde hoe het eten door zijn keel gleed en liep richting de rivier, nam een aantal slokken en plaatste zichzelf weer voor de zwarte merrie, waarvan hij de naam nog steeds niet wist. Vandaar dat hij haar maar merrie noemde. Een frisse bries liet zijn plakkerige manen even opkomen, zorgde ervoor dat hij even rilde van de kou maar zodra het zonnetje weer even door kwam, was het goed te doen. Wel irriteerde de mist hem verschrikkelijk, het zorgde ervoor dat zijn zicht slecht was en zo kon hij niet alles in de gaten houden, wat hij wel moest doen voordat hij zich echt op zijn gemak voelde, vooral in het bijzijn van een vreemd paard. Desondanks straalde hij vrolijkheid en vriendelijkheid uit, want dat was iets wat hij altijd wel bleef. Naja, oke. Niet altijd dan; vaak. Erg spraakzaam was de merrie tot nu toe nog niet, maar Sultan bleef afwachten tot ze zou gaan reageren. Als ze dat überhaupt ging doen, hij wist het niet maar hij zou er vast en zeker snel genoeg achter komen.

SCHAAAM. Deze is echt erg.. :C

http://twilightgame.actieforum.com

Gesponsorde inhoud



Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Soortgelijke onderwerpen

-

» is this my last trip?

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum