Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

I'm a big big girl. ~ Dacoda.

2 plaatsers

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 1 van 1]

1I'm a big big girl. ~ Dacoda. Empty I'm a big big girl. ~ Dacoda. za 28 jan - 23:11

Pascha

Pascha

I'm a big big girl
In a big big world

Haar smalle hoefjes tilde ze hoog op in de sneeuw. Ze draafde op haar lange, slanke benen voorwaarts. Haar oren stonden naar voren gericht, en haar neus hoog in de lucht, waardoor je duidelijk de elegante deuk erin zag. Het kenmerkende van een Arabisch volbloed. Haar vacht was grijs gekleurd, maar haar moeder had verteld, dat die later sneeuwwit werd, net zoals de hare. Dat vond ze stom, ze wilde niet sneeuwwit worden, ze vond haar grijze kleur veel mooier. Ze zwiepte haar korte staartje wild heen en weer. Er kwamen witte wolkjes uit haar neusgaten. Ze lachte eens en galoppeerde aan. Ze had korte, hoge galop pasjes. Dus stuiterde ze een beetje door de sneeuw. Ze hinnikte eens een kenmerkend veulen hinnikje. Ze gooide haar hoofd op en neer. Toen stond ze plots stil, en brieste eens hard. Waardoor er een grote wolk voor haar gezichtsveld kwam. Ghihi. Ze rende er doorheen, en de wolk spatte uiteen. Ze draaide zich weer vliegensvlug om. En tot haar grote teleurstelling was er geen wolk meer te zien. Haar oortjes draaiden zich naar achteren. Nou ja zeg. Ze stapte weer verder met haar neus arrogant hoog in de lucht geheven. Ze keek op en stak haar tong uit. Toen draaiden haar oortjes zich weer naar voren, en galoppeerde ze op hoge snelheid weer verder. Ze duwde haar neus naar voren. Ze ging vliegensvlug op haar lange stelten. De sneeuw werd omhoog geschopt. Het kwam tegen haar buik en tegen haar benen. Totdat opeens haar voorste benen gekruist waren. Eerst keek ze vragend, en die vragende blik werd vervangen door een heel angstige. Ze knalde keihard voorover in de sneeuw. Haar hele hoofd ging eronder. Ze rolde meteen op haar rug. De tranen ontstonden in haar ogen. Ze spuugde de sneeuw uit, en gilde toen eens luid. En toen begon ze te snikken. Ze krabbelde overeind en keek toen naar haar benen. Een steentje onder in de sneeuw had een kleine schram gemaakt waar een beetje bloed uit drupte. Ze likte wanhopig aan het wondje op haar voorste bovenbeen. Ze kreeg een roestige smaak in haar mond, ze stak haar tong uit, en spuugde het uit. De sneeuw kleurde rood van het binnenste van haar mond. Nog meer tranen kwamen in haar ogen. Ze stapte verder, heel langzaam. Het prikte, al was het maar een heel klein wondje. ‘Aauww,’ piepte ze even zacht. Nu wilde ze dat haar moeder er weer was, maar die was er niet. Ze was van huis weggelopen toen ze de kans kreeg. En nu wilde ze niets liever dan naar huis gaan. Maar ze was hopeloos verdwaald. Eerst leek het spannend zo op pad, maar ze was veel te ver gegaan. Haar staartje was tussen haar billen geknepen. Ze stapte verder, tot aan een kale boom. Daar bleef ze staan, en keek door de takken heen. Het bloed gleed over haar dunne beentje heen naar beneden. Ze vond het een hartstikke eng gezicht. ‘Mamáá,’ zei haar hoge stemmetje zachtjes. Waar was ze als ze die nodig had.

~ Dacoda Yay

http://www.dreamhorses.biz

Dacoda

Dacoda

Langzaam wandelde hij voort. Hij was in een mooi gebied aangekomen, de vallei genaamd. Hij was hier pas net, maar kon alle gebieden nu al plaatsen alsof hij hier was opgegroeid. Het voelde allemaal zo vertrouwd, zo goed, zo mooi. Een dik pak sneeuw lag uitgestrekt over de vallei. Er hingen verschillende geuren, geuren van kuddes. Dacoda had gehoord dat dit het gebied was van de goede kuddes. Dus veel zorgen hoefde hij niet te maken, hij was zelf goed. En respecteerde alle paarden. Hij respecteerde alles om hem heen. Alles om hem heen had dezelfde waarde voor hem. Misschien was dat een van de redenen dat iedereen hem goed noemde. En hij zichzelf ook goed noemde. Zijn staart sloeg eventjes zachtjes tegen zijn flank aan. Zijn hoef schraapte hier en daar over de grond op zoek naar eten. Hier en daar kauwde hij voor de smaak op een klein blaadje. Maar erg veel eetbaars was er niet te vinden. Eigenlijk was het enige eetbare dat er nu nog te vinden was, waren kleine blaadjes. En geloof Dacoda die smaakte niet echt bepaald lekker. Door zijn grote intelligentie wist hij al snel nadat hij op wat blaadjes verteerd had, een geur op te ruiken. Tussen de twee kudde geuren in. Het zal nog wel een tijdje duren voordat het dier genaderd was, en voordat hij genaderd was. Aangezien Dacoda 2x zo goed kon horen, kon zien en kon ruiken. Hij schudde de koude sneeuw vlokjes van zijn donkere vacht, en zwarte manen af. Langzaam draafde hij aan. Enkele bloed vlekken kleurde de sneeuw op. Triest schudde hij zijn hoofd. De geur naderde aardig snel. In de verte zag Dacoda de oorzaak van het rode bloed al. Een klein veulentje had zichzelf geschramd aan een steentje. Bloed droop van haar knie af. Dacoda snelde naar het kleine merrietje toe. ''Een goedendag merrie, ik ben Dacoda.'' Zei hij vol respect in zijn stem. Toen bekeek hij de wond. ''Gaat het meis?'' Vroeg hij bezorgd aan haar. ''Wacht, dit kan eventjes pijn doen maar het helpt wel.'' Dacoda pakte was sneeuw op met zijn mond. En legde het voorzichtig op haar wondje neer. Waar het smolt door de warme lichaam graden van de merrie. Hij glimlachte vriendelijk naar haar. ''Waar zijn je ouders? Het is niet verstandig voor zo'n klein veulentje om helemaal alleen rond te lopen, met overal wilde dieren als wolven op de loer.'' Vroeg hij kalm. Het kon zijn dat hij nu een grote mond kreeg, maar het kon ook van niet.

Pascha

Pascha

Ze stond trillerig op haar lange dunne benen. Het wondje prikte in haar been, alsof ze precies op die plek door tientallen bijen was gestoken. En het gif langzaam door haar hele lichaam verspreidde. Wel stom, dat het een klein stom steentje was die haar onderlip deed trillen. Ze snikte eens, en keek weer naar het wondje. Hij schraapte eens kort met haar hoefje door de sneeuw. Waarom ging ze ook zo snel galopperen. Mama zei toch, dat dat gevaarlijk was. Want je kon uitglijden. Stom stom stom. Ze wilde terug naar mama. Terug naar de warme stal, waar ze nergens bang voor hoefde te zijn. Het was in het begin leuk in de buitenwereld, maar nu was het niets meer aan. Ze wilde in het warme stro liggen, en niet in de koude sneeuw. Tegen mama aan, niet tegen een boom. Ze was nu al bijna twee dagen weg. En ze was helemaal verdwaald. Ze was bang. En koud. En ze had pijn. En mama was er niet om te helpen. Er was helemaal niemand. Alleen zijzelf. En verder helemaal niemand.
Opeens hoorde ze iets, al wist ze niet wat. Het was ook zo stil hier. Maar ze had iets gehoord. Haar oren gingen naar voren, en ze keek om zich heen. In de verte zag ze een paard. Een paard! Ze glimlachte eventjes. Haar oren stonden naar voren. Ze wilde gaan lopen, maar toen ze dat probeerde, deed het te veel pijn. Ze bleef staan, maar waarschijnlijk had het paard haar gezien, want het liep regelrecht naar haar toe. Hij draafde naar haar toe. Ze hinnikte eventjes zachtjes naar het paard. Al snel kwam er een klein stevig paard bij haar. Hij had een valk kleurige vacht, en zijn manen stoken alle kanten op. Op zijn rug stond een zwarte streep. Wat voor soort paard zou dat zijn? Even was ze de pijn vergeten. Het paard stelde zich voor. ‘Hói, ik ben .. au .. Diya,’ zei ze toen zachtjes. Het wondje begon weer erg te prikken. Toen vroeg het of het met haar ging. Wild schudde ze haar hoofd heen en weer. Het ging helemáál niet, kon hij dat niet zien ofzo. De tranen stonden nog op haar wangen van de pijn. En dan vroeg hij of het gíng? Natuurlijk niet! ''Wacht, dit kan eventjes pijn doen maar het helpt wel.'' zei hij toen. Even vragend keek hij hem aan. Zou het serieus helpen? Wat zou hij gaan doen. Huh? Ze volgde zijn bewegingen nauwkeurig, en toen legde hij wat sneeuw op de wond. Het ging nóg erger prikken. ‘AUW! WAT DOE JE NOU?!’ zei ze boos. De tranen stroomden weer over haar wangen. Het deed echt heel erg pijn. Nog meer dan de val. Ze snikte luidruchtig en keek hem aan. Hij stond daar maar een beetje stom te lachen. Maar toen de sneeuw weg was, haar been nat, deed het minder zeer. Steeds minder. Alsof de pijn heel langzaam weg ebde. ''Waar zijn je ouders? Het is niet verstandig voor zo'n klein veulentje om helemaal alleen rond te lopen, met overal wilde dieren als wolven op de loer.'' Zei de hengst toen. Ze keek naar de grond. ‘Ik ben weggelopen. Mijn papa was stom, alleen mijn mama was lief. En nu ben ik haar kwijt,’ zei ze zachtjes. Toen keek ze het paard weer aan. ‘W..wolven? Die zijn toch gemeen?’ vroeg ze toen. Ooit was het woord wolf wel eens aan bod gekomen bij gesprekken met haar moeder. Maar ze was ook nog maar klein. En jong. Ze wist helemaal niks van het wild. Ze kwam van een fokstal, ver hier vandaan. Haar vader maakte alleen maar veulentjes, en zij was daar één van. Haar vader was stom. Hij had mama nooit lief gevonden. Maar het was stom om weg te lopen. Ze dacht dat het wilde leven léúk was...

http://www.dreamhorses.biz

Dacoda

Dacoda

Rustig dacht hij na. Waarover? Over veel te veel dingen, echt veel te veel dingen. Zo veel, dat als hij een antwoord had, hij het meteen in verwarring bracht met een ander wachtwoord, en het dan kwijt was. Eigenlijk zou hij eens een keertje een kladblok moeten hebben. Kon hij alles opschrijven, maar ja. Vreemd genoeg hadden paarden dat niet. Dacoda had een brede warme, en geruststellende glimlach op zijn gezicht. Hij vreesde het ergste bij het veulentje, maar ach ja. Nu leek het eigenlijk alsof hij helemaal niet zo slim was als hij echt was. Maar dat was hij zeer zeker wel. Alleen aan zo'n veulentje kon je toch niet van die vragen stellen, die hij eigenlijk stelde? Hij schudde zijn hoofd eventjes, om alle gedachten uit zijn hoofd te krijgen, en zijn aandacht weer op het veulentje te richten. Diya was haar naam. ''Aangenaam Diya. Leuke naam.'' Sprak hij laconiek en vriendelijk. Toen hij sneeuw op haar wondje had gelegd had ze verontwaardigd en boos gereageerd. Dacoda glimlachte alleen vriendelijk terug. Zo waren ze allemaal, onwetend over het wilde leven, over respect. En Dacoda had er geen problemen mee. Hij schudde zich uit. En merkte dat de pijn verminderde. Er kwam geen bedankje van het veulentje af. Maar Dacoda vond het niet erg, hij respecteerde haar zoals ze was. Ze was weggelopen, op deze jonge leeftijd. ''Waar kom je vandaan dan? En waarom ben je weggelopen?'' Vroeg hij vriendelijk. ''Wolven zijn inderdaad gemeen, ze zijn heel gemeen. En willen paarden vermoorden. Maar maak je geen zorgen, ik bescherm je.'' Sprak hij geruststellend. Toen dacht hij nog heel eventjes na. Zijn staart maakte een mooie zwaai in de lucht. ''Je hebt iemand nodig om voor je te zorgen, ik wil dat opzich wel doen hoor. Alleen als jij het wilt.'' Sprak hij vriendelijk en met respect. Hij had er geen problemen mee. Hij wou het kleine merrietje graag leren over het wild, want daar wist ze duidelijk niks over...

Gesponsorde inhoud



Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum