Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Let the dead bury their dead~

2 plaatsers

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 1 van 1]

Setan

Setan

Hooghartig stapte hij rond. De rivier kletste wild tegen zijn oever en maakte zijn huid nat. Hij brieste boos, en zette een paar passen opzij. Zodat zijn perfecte –vond hij- vacht niet vies werd. Zijn hoofd en staart waren arrogant in de lucht geheven. Zijn benen trokken zich hoog op. Een kleine glimlach stond rond zijn lippen. Hij was een echte snob, wou alleen met de beste paarden gezien worden. Hij was neutraal, en had een walging aan goede paarden. Verder was hij vreselijk arrogant, en snauwerig. Hij brieste eventjes, zijn oren iets naar achteren en zijn lange manen waaide ook naar achteren toe. Het was weer lente, iets wat vele malen beter was dan die koude winters. In de lente kwamen de bloemen weer op, niet dat hij daar van hield maar het was beter dan de winter. Hij schudde zijn hals en hoofd eventjes. Waardoor zijn manen wild door elkaar kwamen te zitten. Hij schudde nogmaals met zijn hoofd en hals waardoor zij manen weer goed kwamen. Zijn vacht glansde hij keek wat rond. Maar er was niet echt iets boeiends te zien. Hij wist niet waar hij heen wou, als er maar geen goede paarden waren. Ondanks dat hij niet slecht was, had hij toch wel echt een voorkeur voor slechte paarden, en verafschuwde hij goeden, met hun kleffe gedoe. Hij wist best wel dat niet alle goede zo waren, maar toch dacht hij zo over hun. Een schim kwam in zijn gezichtsveld, hij bleef koppig staan. Als de merrie of hengst wou komen, moest ze maar naar hem toe komen. Moeite doen om naar het wezen te gaan ging hij zeker niet doen.

~Narrieparrie~

Nar

Nar
Moderator

Nar liep, nog altijd tamelijk chagrijnig, rond over het gebied. De lente begon door te komen, tot haar grote ongenoegen. Het zou weer zó warm worden dat de zon op haar roetzwarte vacht brandde, haar schedel de enige schaduw was die er in de wijde omtrek te vinden was en haar manen aan haar vacht vastplakten van het zweet. Nar grimaste bitter, sjokte verder en besteedde geen aandacht aan de omliggende omgeving: Het zou wel standaard zijn, hetzelfde.
De wond in haar schoft gloeide, het opgedroogde bloed kleefde in kleine straaltjes vast naar beneden langs haar benen. Het gaf, in combinatie met de schedel, waarschijnlijk een apart effect naar vreemde, onbekenden. Ze zouden aannemen dat Nar apart was, al voordat de woorden haar bek verlaten hadden. Nar kon niet anders dan dat beamen: Ze wás eigenaardig. Ze wás ongewoon. Ze was zichzelf, ze was Nar. Dat was al meer wat sommige anderen konden zeggen. Nar boog haar kop scheef, voelde de wonde op haar neus branden. Het gevecht met de "grote onbekende hengst" had haar meer kwaad dan goed. De spierpijn in zowel haar rug als haar benen beet bij elke pas die ze deed. Ondanks dat het zeer deed, was ze te trots om ook maar iets te laten zien. Niemand zou er belang bij hebben te weten dat zij door haar eigen lijf verslagen werd in een gevecht: Een innerlijke tweestrijd.
Nar knarsetandde pijnlijk hard toen haar spieren weer protesteerden tegen de bewegingen die ze haar lichaam dwong te maken. Haar botten kraakten toen Nar zich moeizaam sneller in beweging zette. Nar gromde en verzette zich tegen de drang weer rustiger te gaan lopen. What doesn't kill you, makes you stronger.
Nadat Nar eindelijk bij de rivier was aangekomen, plofte ze neer bij het kabbelende water in de rivier. Ze stak haar neus in de verkoelende vloeistof en genoot van de verzachtende werking die het had op de verwonde deel van haar kop. Nar sloot haar ogen en legde haar kop verder het water in, liet het tussen haar lippen doorsijpelen, haar mond instromen. Nar verschoof haar ellendig ogende lijf dichter naar het water toe, stortte zichzelf uiteindelijk naar de bedding van de rivier.
Het water schoof met kleine golfjes tegen haar lijf aan, verkoelde en temperde de plekken op haar lijf, weekte het vuil uit de gewonde stukken huid van de merrie. Nar stond zichzelf toe het fijn te vinden en stelde zich daarbij helemaal kwetsbaar op: Ieder willekeurig dier zou haar nu de nek om kunnen draaien.
Vanuit de verte zag Nar een figuur staan, maar ze liet hem of haar staan. Ze besloot voor zichzelf de schim maar als 'het' te omschrijven. Als het in haar geïnteresseerd was, kwam het vanzelf wel dichterbij. Nar gunde zichzelf echter de tijd en schonk geen aandacht meer aan 'het'. Ze deed haar ogen opnieuw dicht toen het water wederom tegen haar lijf aankwam.

Setan

Setan

Hij snoof geërgerd toen hij tot de conclusie kwam dat de merrie toch niet zou komen. Dus zette hij het maar op een lopen, langzaam kwam hij dichterbij de merrie en zeker met de nodige moeite. Voor haar stopte hij. Nog steeds met dezelfde trotse en arrogante houding. Plots schoot zijn neus naar voren, en gleed zijn tong over het witte ding om haar hoofd. Hij smakte eventjes met zijn mond en spoog toen voor haar voeten. Vieze smaak. ''Dat ding op je hoofd is nou niet bepaald het lekkerste dat ik ooit geproefd heb.'' Merkte hij droogjes op, met zijn arrogante houding. Hij mepte eventjes met zijn staart. ''Zeg eens wat is je naam?'' Een kleine grijns vulde zijn gezicht. Het water kletste tegen zijn huid. Zijn blik werd vuil naar de rivier gegooid, waarna hij hooghartig een stapje van de rivier af deed. ''Dus was je nog van plan antwoord te geven? Of ga je hier de hele tijd staan niks lopen doen, terwijl je met dat vuile ding van je mij loopt aan te kijken?'' Hij wist niet of de merrie hem aan keek, en het interesseerde hem ook niets. Met 'ding' en 'vuile ding' bedoelde hij het schedel.

Nar

Nar
Moderator

Nar kermde toen er een nieuwe pijnscheut ruw door haar benen heen sidderde. Ze richtte haar aandacht op zichzelf, niet op het vage figuur verderop, dat geen waarde leek te schenken aan haar gezelschap, hoewel ze dat zelf hoogstwaarschijnlijk ook niet had gedaan. Ze had hem hoogstwaarschijnlijk uitgelachen om zijn ontzettend nietige voorkomen, maar ze had er nu simpelweg geen zin in en voelde er weinig tot niets voor het koele water nu met rust te laten.
Nar hief noch haar kop, noch draaide ze haar oren in zijn richting toen ze merkte dat hij dichterbij kwam. Ze was nu een gemakkelijke prooi, dat realiseerde ze zich donders goed, maar och: Wat zou het? Het ergste wat haar kon gebeuren was sterven. Wacht: Daar had ze geen trek in. Nar hees haar kop met veel moeite uit het water en vond het bijna een schande dat ze het koele water liet voor wat het was. Nar bleef plat op haar buik liggen, met haar roetzwarte beentjes netjes onder haar lijf gevouwen en haar kop nukkig opgericht. Haar oren lagen waarschuwend naar achteren en ze liet haar tanden zien.
'Op gesodemieterd!' siste ze dreigend naar hem toe. Nou moest ze toegeven dat het waarschijnlijk niet zo gevaarlijk overkwam als ze had gehoopt, maar de hengst moest haar beledigingen of dreigingen serieus nemen. Het prijskaartje dat hing aan Nar beledigen was groter dan menig dier kon betalen. Nar brieste bokkig toen de hengst dichterbij kwam en zijn ruwe, roze tong over het meest kostbare wat ze bezat heen liet gaan.
Maar Nar was sneller toen de hengst zijn kop terugtrok. BAM! Ze stootte hardhandig tegen zijn wangen aan en drukte zijn kop weg. Nar kneep haar ogen kort tot spleetjes toen de hengst haar op zijn beurt een behoorlijke tirade gaf. Nar kwam overeind -spijtig het water in de steek latend - en voelde zich direct een stuk zekerder, ondanks haar protesterende spieren. Nar verbeet zich de pijn en wierp de hengst een vernietigende blik toe. Om haar te schaken, moest hij vroeger opstaan en met een betere truck komen. Uitgekookter, gewiekster en valser.
'Goed, ik neem aan dat je, als achterlijk mormel, antwoord wil? Of beter gezegd eist. Nou moet je eens goed luisteren: Ik draai je de nek om als je me nog een keer stoort. Ik geef je nu, als barmhartige vijand, de toestemming om te gaan en me met rust te laten. Kies verstandig en donder nu meteen op!' snauwde Nar de hengst toe. Ze was nota bene geen hónd.

Gesponsorde inhoud



Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum