Je bent niet ingelogd. Log in of registreer je

Changes. It is a endless cycle. That keeps on changing. Though it stays the same ~

2 plaatsers

Ga naar beneden  Bericht [Pagina 1 van 1]

Amiya

Amiya
Administrator

Een stevig briesje liet de silhouetten op de grond dansen. De takken boven haar hoofd dramatisch meebewegend om hun vage schaduwen bij te houden. Enkele bladeren lieten los, lieten zich meevoeren met de stroming. Vlogen de smaragdgroene ogen voorbij, onopgemerkt. Wellicht om het simpele feit dat ze er niet toe deden. Speels trok de wind aan de honinggekleurde manen van de merrie die zich in de schaduw van de brede eik bevond. Uitzicht op de vallei, desondanks het panorama niet verder doordringend dan haar netvlies. Bewust daarvan sloot ze haar ogen. Een vermoeide zucht ontsnapte haar mond.
Haar gedachten dwaalden terug. Terug naar de dagen waarop iedereen bij elkaar geweest was. Als vrienden. Als familie. Verbonden door een onzichtbaar lint. Wat is er gebeurd met die dagen, lang geleden. Toen alles nog bekend en vertrouwd was. Elke ontmoeting, elke nieuwe dag overweldigend was, uitmaakte. Inspirerend. Fascinerend. Toen elke kleine heuvel, elke berg met gemak overwonnen werd. Het was anders geworden. Ze waren uit elkaar gevallen. De bergen, de heuvels werden moeilijker te doorbreken. Hun kracht als groep nam af. Velen waren weg, hadden ander land opgezocht. Met redenen onbekend voor haar. In onwetendheid achtergelaten. Ze haatte het. Wat is er gebeurd met die goede oude tijd die nu achter hen lag. Alhoewel er nog steeds fragmenten van die herinneringen de wereld sierden, waren ze klein, fragiel. Alsof hun aanwezigheid elk moment, elke seconde kon verdwijnen. Uiteen kon spatten om plaats te maken voor die nieuwe onbekende. Het deed pijn te weten dat ze er weldra niet meer zouden zijn. Teniet zouden gaan door de verbintenis met tijd. En tijden veranderde. Wellicht konden veranderingen goed zijn. Zelfs wanneer je het niet eens was met die veranderen. Ze zouden ermee moeten leren leven, ze accepteren als het even kon. Ook wanneer sommige veranderingen niet vergeten konden worden. Zelfs wanneer dit een moeilijke opgave zou worden met vele obstakels. Een uitdaging om deze te overkomen. Het is tenslotte zinloos te blijven hangen in het verleden. Tijd was tenslotte niet iets blijvends. Een eindeloze cyclus. Het zal blijven veranderen. Zelfs wanneer zíj hetzelfde zou blijven.

Het ruizen van de wind zoemde langs haar oren. Deed haar ogen resoluut openen. Een felle fonkeling in de smaragdgroene ogen. Haar leven was verwerven met deze wereld. Haar hart wilde simpelweg niet geloven dat de herinneringen zouden vervagen. Desondanks zou ook zíj deze verandering moeten overkomen. Ze bestond, stond hier door het spel van het lot. En ze zou het het Lot niet gunnen haar recht in het gezicht uit te lachen.
Het was geen probleem als de herinneringen voor altijd in haar hart bewaard zouden blijven. Zolang haar blik maar vooruit zou wijzen zodat ze kon horen wat de toekomst te zeggen had. Naar voren kon bewegen zonder om te kijken. Zonder te treuzelen. Zonder stil te staan. De herinneringen uit het verleden, zouden haar angsten wegwassen voor het heden.

Waarom was er dan toch die onaanvaardbare leegte?




{~Voor de übere pingpongbal Sorrieporrie~}
Yay

Sorango

Sorango

Nog altijd bevond hij zich in de vallei. De grond was hier vruchtbaar en er was hier een serene rust die hem kalmeerde. Of het ook kwam dat dit gebied tot de Pride Wish toebehoorde wist hij niet. Maar het gevoel dat hij van deze omgeving kreeg bracht hem tot rust. Plots hoorde hij geritsel en harde stemmen. Gelach. Toen stierf dat geluid weg samen met het geluid van een aantal hoeven. Sorango draaide zich om van het mooie panorama dat hem uitzicht gaf over de vallei. Zacht sloop hij dichterbij, bang om het trillende reetje niet nog meer angst aan te jagen. Al enkele meters had hij het weerloze diertje gevolgd. Angstig en alleen. Totaal van slag. En dat alleen door die paar jonge rothengsten. Die dachten 'slecht' te zijn door zo'n weerloos dier aan te vallen. Wonden hadden ze hem aangebracht. Woede welde in de gitzwarte hengst op. Spieren bolden op onder een dunne zomervacht. Sorango zijn vacht was als een spiegel zo glom hij. En alles wat hij meegemaakt had zag hij de wereld zonniger in dan ooit. Nadat hij dit reetje had gezien. Zo weerloos tegenover die drie jonge hengsten had hij zijn besluit genomen. Het moest voor eens en altijd afgelopen zijn met al dat 'kwade' en 'slechte' gedoe. Het was niet meer de periode dat zijn broer bovenop de troon prijkte. Met andere woorden het kwade, het slechte, het duistere. Dit maal zou hij zich niet meer verstoppen. Enkel en alleen uit angst. Ditmaal zou hij ze allemaal recht aan kijken. En laten zien dat je niet slecht hoefde te zijn. Maar hij, het evenbeeld van zijn oudere broer zou Cobrazarao en met hem al die slechte paarden laten weten dat het afgelopen was met het slechte. Een nieuwe tijd zou komen en dit keer zou hij die ook tegemoet treden. Traag schudde hij zijn massieve maar edele hoofd van links naar rechts. De glimlach die zojuist zijn lippen had gekruld was verdwenen en zijn blik was leeg. Leeg. Net zoals zijn hart. Want hoe kon hij ooit van iemand houden na zijn lange geïsoleerde leven.

Twee lege ogen staarden naar het jonge reetje dat stond te bibberen op zijn lange stelten. Een diepe zucht van de zwarte hengst deed het reetje hem aankijken met zijn grote bruine ogen. Rustig stapte Sorango dichterbij terwijl het diertje samen kroop en toen het probeerde te vluchten struikelde hij over zijn lange benen en viel als een hoopje op de bosgrond. Een waterige glimlach verscheen op zijn gezicht terwijl hij zijn lage, vriendelijke stem liet klinken. "Wees niet bang ventje. Ze zijn weg." En met die woorden sloot hij zijn ogen en hief zijn hals trots omhoog. Een zwoele wind streek langs zijn lichaam. Hij hoorde wat geritsel maar liet zijn ogen gesloten en zo stond hij daar. Terwijl hij een ander paard gewaar werd. Nu pas rook hij de geur van de merrie. Ergens kwam die hem bekend voor maar wáárvan? Langzaam draaide de enorme hengst zich om, om in de smaragdgroene ogen van een merrie te kijken. Met een vriendelijk glimlach rond zijn zwarte lippen keek hij haar aan. ”Een goedendag, ken ik jou niet ergens van?” stelde hij zijn vraag meteen eerlijk. Sor was absoluut geen hengst die de doekjes er om heen wondt. Maar hij kende haar echt. Nog uit de oude dagen van DH. Toen er nog andere paarden waren. Paarden die nu jammer genoeg allemaal verdwenen waren.

Amiya

Amiya
Administrator

Waarom...? Langzaam gleed haar blik omhoog. De staalblauwe hemel tegemoet. Moest echter haar oogleden half dicht drukken om te verhinderen dat de zonestralen haar zouden verblinden. Alhoewel dat misschien zo erg nog niet zou zijn. Wellicht zou die hele cyclus dan ongestoord aan haar voorbijgaan. Teveel... Ze dacht er teveel over na. Moest stoppen voordat het haar vroeg of laat zo in beslag zou nemen dat het haar gek zou maken. Leeg... Ze moest haar gedachten leegmaken. ...
Haar mond opende kort, een onhoorbare zucht aan haar mond ontsnappend. De warme lucht zich vermengend met de zomerse wind die de overhand speelde. De honingkleurige manen met zich meeslepend, liet dansen. Schitterend in de broeierige middagzon. De heldere zon in de smaragdgroene ogen weerspiegelend, liet zich simpelweg meeslepen met de bewegingen, het zachte betasten van de wind, de geluiden om haar heen. Het knisperen van bladeren. Het breken van twijgjes. Een zacht, bijna onidentificeerbaar geblaat van een hertenjong. Een diepe stem die daarop volgde. Focus, concentreer je. Een lichte frons kriebelde langs haar voorhoofd. Bekende klanken die haar raakte. De nieuwsgierigheid lokte haar, trok alsof het spontaan dood neer zou vallen als het niet even om kon gluren. Ze haatte zichzelf om het feit dat een kléin moment gevuld met leegte al ondenkbaar was, onmogelijk. Was ze werkelijk zo laag gezonken?
Niet dat het haar nog uitmaakte. Haar gedachten lagen al totaal niet meer bij de uitdaging die ze tegenover zichzelf gehouden had. Haar blik gleed langs de dikke, door de zon beschenen eik heen. Simpelweg afwachtend op wat de toekomst voor haar te brengen had. Diezelfde emoties ook in haar nieuwsgierige smaragdgroene ogen twinkelend wanneer er een ravenzwart figuur haar gezichtsveld in wandelde. Vreemd, was het, hoe hij in het plaatje paste. Hoe hij duidelijk hoorde bij het geheel, maakte haar jaloers om het feit dat hij iets kon wat zij niet kon. Waar zij bijpaste? Ze wist het niet meer. Wist zelfs niet meer of ze het gevoel überhaupt ooit ervaren had. De Honora was haar thuis niet. In Dream Horses leek er geen plaats voor haar te zijn. Het enige wat ze kon doen was toekijken. Hoe wezens als deze hengst de wereld verlichtte terwijl zij het vanaf de zijlijn gadesloeg. Was dat hoe het ging? Hoe het zou moeten gaan? Was dat hoe ze wílde hoe het ging? Had ze er überhaupt iets tegenin te brengen? Of was het simpelweg een nieuwe uitdaging gegeven door De Onbereikbare zelf?
Weeral galmde de bekende stem over de heuvel die uitkeek op de vallei met een enkele bejaarde eik. Zijzelf slechts toekijkend hoe de geluidsbron haar deel liet uitmaken van zijn verhaal. Al was het dan een kleine rol.
‘Geen idee.’ De smaragdgroene irissen zijn blik vasthoudend. Nieuwsgierig naar precies hetzelfde. Maakte het uit? Tenslotte verstreken er zoveel dagen, zoveel tijd dat het op een begeven moment aan haar voorbij roetsjte. Niemand had haar gezegd wanneer te beginnen met rennen. Het startsein had ze simpelweg gemist. Maar dat wist ze. Had er dan ook niet meer op gewacht. Simpelweg haar leven geleid. Op haar eigen manier.
Haar mondhoeken krulde op. Simpelweg om dit treurige feit en weeral beseffend dat ze het lot in eigen handen had. Iets wat ze al 5 jaar wist, toch weer steeds in haar hoofd herhaald moest worden. ‘Vast niet.’ Haar lippen krulden verder omhoog, verder op naar een glímlách. Ze lachte. Eindelijk. De karamelkleurige oren nieuwsgierig naar deze bekende vreemdeling draaiend terwijl de wind speels aan haar goudglanzende manen trok, de heldere zon haar vrolijk toelachte, enkele bladeren die zich in een baan lieten meedragen met het broeierige briesje. Mijn naam is Amiya. Gewoon... Amiya. Geen banneling. Geen nomade. Geen Alfa. Gewoon... Amiya.
Een kleine herinnering. Een brokstuk van een fragment. Bijna vernietigd, maar gered door het lot.

Sorango

Sorango

Vanaf de eerste seconden van zijn leven. Het moment van zijn geboorte was zijn leven als gedoemd. Hij was gedoemd anders te zijn dan hij in werkelijkheid was. Er werd van hem verwacht dat hij net zoals zijn ouders en voorouders was. Dat hij een voorbeeld moest nemen aan zijn grote broer. Hij moest ook maar voor de lol andere schepsels doden zonder dat daar ook maar één goede reden voor was. En als hij er naar vroeg. Op die dagen dat hij zo stom was dat te doen aan zijn vader dan drukte die zijn oren tegen zijn schedel, ontblootte zijn tanden naar hem en in zijn ogen begon een hels vuur te branden. Sorango wist dan dat het tijd was om in elkaar te duiken en de meeste klappen op te vangen. Enerzijds best triest. Een negenjarige hengst die een hengstveulen van hoogstens tien maanden in elkaar sloeg. Maar zo was zijn leven en zo was het leven in de kudde. Het was van je af slaan of geslagen worden. Gelukkig zorgde zijn grote broer vaak voor hem. Waarom hij dat destijds had gedaan wist hij nog steeds niet. Maar toen wilde Sor altijd op zijn broer lijken. Deed hem na in dingen. Dingen die hij eigenlijk niet wilde doen maar hij had ontzag voor zijn grote broer en daarnaast wilde hij dat zijn ouders trots op hem waren. Zo kwam het dat hij veranderde. Vocht tegen anderen maar kon telkens op het laatste moment niet door gaan en het andere paard afmaken. Tot het hem gedwongen werd. Die dag was een zwarte dag in zijn geheugen. Terwijl de wind met de toppen van zijn ravenzwarte manen speelden en ze zachtjes tegen zijn hals en borst een sloegen dacht hij terug aan die dag. Toen het bloed overal leek te zijn. Want zijn vader had voor hem gestaan tijdens het gevecht had hij vanaf de zijlijn toe gekeken. Maar nu moest Sorrie het afhandelen. Het afmaken. De andere hengst afmaken. Hij bleek best een natuurtalent te zijn en al gauw was hij het lieverdje van zijn vader. Eigenlijk heel prettig maar hij wilde niet onzinnig doden. Tot het hem gedwongen werd. Die ogen, al dat bloed. Traag schudde hij zijn edele, massieve hoofd van links naar rechts. Hij wilde er niet meer aan terug denken. Het was een verrotte tijd geweest daar zo. En toen was er een woeste Cobrazarao. Hij doodde ze. Doodde ze allemaal. Ook zijn ouders. En hij had hém ook gedood als hij er de kans toe had gekregen. Toch wist hij te ontkomen. En zelfs hier jaagt Cobra nog op hem. Bang? Nee, die tijd is voorbij. Een trotse blik verscheen in de hazelnootbruine ogen van de grote hengst. Zijn borst drukte hij naar voren. Alsof hij er klaar voor was de strijd tegen zijn broer aan te gaan. De broer die hem altijd mooier vond. Onbeschadigd. Nou, misschien was dat zo. Maar misschien ook niet. En was hij meer beschadigd dan hij ooit zou kunnen begrijpen. Nee, hij zou het niet willen begrijpen. De grote stommeling. Sorango snoof eens maar richtte zijn aandacht weer bij de merrie met de honingkleurige manen. Hij knikte eens en glimlachte vriendelijk naar haar. Toen liet hij zijn hersenen eens werken. ‘Amiya, Amiya..’. Het kwam hem zo bekend voor. Toen begonnen zijn ogen helderder te glanzen en leken ze bijna goudkleurig. ”Zo’n merrie als jij kan toch niet zomaar Amiya zijn?” zei hij met een bredere lach op zijn gezicht. ”Ik weet wie je bent. Het is lang geleden en ik vraag me af of jij mij ook nog kent.” Zijn blik bleef op haar rusten. Vriendelijk, warm, absoluut niet bedreigend of onrustig. Hij was kalm. Zo kalm als het bos waar hij zo graag was. Waar hij zijn rust vond. Sorango was niet een hengst die van al te veel drukte hield maar had graag anderen die hij lief had om zich heen. Want eindelijk waren er paarden die hij had toegelaten hem te naderen. Hij wilde ze niet meer allemaal op afstand houden omdat hij bang was dat hij ze toch weer kwijt zou raken. Hij wilde genieten. Hoe moeilijk dat ook was. Met deze ontmoeting met Amiya was die eerste stap gezet. Oja, hij wist precies wie ze nu was. De aartsvijand was ze geweest van zijn o zo geliefde broer. Destijds kuddeleidster van the Eagles. Maar tot zijn spijt bestond die niet meer. ”Mijn naam is Sorango.” Even liet hij een stilte vallen waarna hij verder sprak. ”Broer van Cobrazarao..”

Amiya

Amiya
Administrator

Lichte blaadjes dwarrelden hen voorbij. Ergens ver beneden in het dal fonkelde een schittering van de beek die de vallei precies horizontaal kruiste, trok haar blik. Met haar ogen volgde ze de stroming terwijl haar mondhoeken lichtjes opkrulde. De hengst leek haar te kennen...? Wat betekende dat? Wellicht stamde hij net als haar uit het Oude DH. De tijd voordat de verwarrende periode aan gebroken was. Een periode waar zij niet in meetelde, niet snapte hoe het verliep. Kende de wezens die erin rondliepen niet. Als ze nu een alfa tegen zou komen van één van de kuddes... Zou ze hem of haar dan herkennen? De gedachten deden een droevige fonkeling toevoegen in de smaragdgroene ogen. Ze haalde diep adem, zoog nieuwe verfrissende lucht naar binnen om de depressieve eruit te laten vloeien. Nee, de tijden van The Eagles en The Black Rose waren voorbij, hadden plaats gemaakt voor niéuwe kuddes. Kuddes die ze wellicht kon helpen met hun zoektocht naar rechtvaardigheid en balans. En dat zou ze doen.
Ineens vlogen haar ogen weg van de stroming, gleden naar de zwarte fries met de diepzinnige ogen. Ze kon het niet nalaten lichtjes te grijnzen. ‘Zózo, dat is meer dan ik verwachtte...-’ Amiya's ogen vergrootte zich, lieten zich opnieuw langs de lijnen van de hengst glijden. "...en ik vraag me af of jij mij ook nog kent..." Lichtjes beduusd verdween de stabiliteit van haar kaken, zakte haar mond naar beneden. De beelden. De gedachten. De herinneringen, de fragmenten ervan haar als een lauw briesje haar tegemoet waaiend. Wilde er klanken uitkrijgen, maar staakte in haar bedremmelde gedachten. Zijn naam...wat was zijn naam. Frustrerend, was deze situatie, bekende ze tegenover zichzelf terwijl ze de flarden herinneringen begon af te graven. [i]"Mijn naam is So..." ‘Sorango!’ Onbewust brutaal onderbrak ze zijn onnodige voorstelling, zette haar benen als vanzelf in beweging en verkleinde de afstand die er tussen hen scheelde. Liet haar hoeven echter pas hun passen staken wanneer ze recht voor hem stond, haar neus in zijn hals drukkend. Het ging vanzelf. Schaamteloos, verheugd, misschien zelfs opgelucht een oud kuddegenoot her te vinden. Terwijl ze haar neus door zijn dikke zwarte manen liet glijden krulden haar mondhoeken zich op tot een typische Amiya grijns, al was het voor hem niet zichtbaar toch door haar stem te horen; ‘Vergeef me. Oude herinneringen zijn koppig.’ In haar weeral geopende ogen was de droefenis verdwenen, weerspiegelde nu enkel de vrolijke namiddagzon en een oude, herkenbare fonkeling vreugde. ‘Goed je weer te zien. Het voelt als een lange tijd geleden dat ik een bekende ben tegengekomen.’ Als een ilt laag ondergedompeld in een zeepbad verdween ook de onzichtbare laag van haar stem. Deed de klanken die over haar lippen rolde herrijzen, een nieuwe melodie zingen. De pure, zuivere, melodieuze en desondanks toch altijd krachtige tonen. De oude tonen. Ze had niet beseft dat een oude vriend precies was wat ze nodig had gehad om niet alleen haar doel, maar ook haarzelf te vinden. Ergens diep vanbinnen onwillend, trok ze haar zachte neus weeral uit Sor's manen terwijl ze een stap achteruit zette. De glimlach rond haar smoel verbrede zich tot een opgewekte grijns, de smaragdgroene ogen opgewekt fonkelend. ‘ ‘Hé, ben je nou gegroeid? Of lijkt dat nou zo?! Ö’ Een spontaan gevoel. Het gevoel van nieuwe kracht, nieuwe energie. Het idee, het besef dat ze niet alleen was in deze wereld. Het denkbeeld waar ze de laatste maand mee kampte. Alleen was. Er alleen voorstond. Alles... alleen. De gedachten spoelde weg. De impressie verjaagd door een nieuw gevoel. Een die ze al te lang niet meer had gevoeld; Geluk. De behoefte om de energie die door haar aderen stroomde op te gebruiken.
De tijden waren inderdaad veranderd. Ze mocht dan ouder zijn, wijzer of voor altijd door domheid bezegelt. Geluk kon niemand van haar afpakken. Zelfs de tijd had dáár geen invloed op. Zolang het geloof in een betere toekomst niet zou verdwijnen zou dat áltijd, áltijd háár bezit zijn.
Overdreven grijnzend sprong ze in een drafje, bewoog plagend en uitdagend om de grote hengst heen. ‘Nou Sor? Wat dacht je van een kleine test om te kijken of onze oude botten deze harde wereld nog wel aankunnen?’ En terwijl de zon zijn warme gloed over de vallei liet vloeien, de omgeving doordrenkte met oranje, zette ze haar benen in beweging. Strekte haar hele lichaam. Hoorde hoe Sorango na de plotselinge uitdaging weer begon in te halen terwijl haar melodieuze, eerlijke gelach lichtjes nagalmde over de vallei. Tartend keek ze om om de tartende woorden uitdagend uit haar mond te laten vloeien. ‘Hé, waar blijf je? Of is het enige wat je gedaan hebt in de tussentijd dutjes doen als een bejaarde!’


GodDictator-mode: ON.
Sorry daarvoor. :') Kon het niet laten. AWESOMENESS

Sorango

Sorango

Bladeren dwarrelden naar beneden. Vanaf het punt dat ze los kwamen van de tak waar ze al die tijd aan vast gezeten hadden tot het punt dat het blad de grond bereikte. Waar de algehele cyclus weer opnieuw begon. Er was geen leven zonder dood. Uit de dood zou altijd het leven voort blijven vloeien. Net zoals met die blad dat net zijn laatste reis gemaakt had. Maar opnieuw, volgend jaar zullen er weer nieuwe bladeren de takken van deze boom bedekken. Sorango hief zijn hoofd om naar de top van de eeuwenoude boom te kijken. Alsof het een symbool was van zijn leven. Een teken om terug te denken aan die goede oude tijd. Het was niet dat hij zichzelf kwijt was geraakt in die tussentijd. Nee, integendeel. Hij was zekerder dan ook. Hij was gewoon bang geweest. Bang om gedood te worden was het niet zo zeer. Destijds wilde hij niet liever. Het zat gewoon zo. De enorme zwarte hengst was bang dat híj alles kapot zou maken wat hij lief zou hebben. Daarom ging hij weg uit DH. Om zijn vrienden achter te laten. Hopend dat Cobra ze met rust zou laten. Het was eerder een zielige poging tot geweest. En nu Cobra weg was, waar heen wist hij niet en wilde hij niet weten zou hij het tegen diens zoon opnemen. Maar niet alleen Zephyr. Hij zou het tegen alle badassers hier opnemen mocht het nodig zijn. Het was tijd dat er iemand kwam die niet bang was voor de dood. Of de lage praatjes van de badside. Hij zou staan voor het goede, het pure. Dat was waar hij werkelijk voor stond. Daarom speet het hem ook zo dat Amiya haar kudde niet meer had. Want zij was net zo geweest. Niet terug deinzend voor een slecht paard. Niet bang om het gevecht aan te gaan. En zo zou hij het voort zetten. Er moest gezorgd worden voor gerechtigheid. Die fout die hij destijds in zijn leven gemaakt had door te vluchten zou hij nu recht gaan zetten. Dubbel en dwars. Met een glimlach rond zijn lippen keek hij Amiya warm aan. Wat deed het hem goed een oude vriendin weer heelhuids en gezond en wel terug te zien. En eindelijk leek ze hem nu ook te herkennen. Een uitbundige begroeting was het gevolg en hij liet een vrolijke lach horen. Haar neus verborg ze in zijn dikke manen en zo stonden ze even. Gewoon genietend van dit rustieke moment zonder zorgen en problemen. Het horen van haar krachtige maar melodieuze stem sterkte zijn moed en kracht alleen maar aan om door te gaan met wat hij van plan was. Het was alsof zijn innerlijke vuur alleen al bij het zien van haar opgeflakkerd was. De uitdagende blik in haar ogen deed hem alleen maar breder grijnzen. ”Wacht jij maar kleine!” riep hij uitdagend na waarna hij zijn lichaam in beweging zette. Zijn passen werden langer, krachtiger en hij begon aan afstand te winnen op de Arabische merrie. Die het echter nog wel veel langer vol zou kunnen houden maar nou en. Zijn lage maar toch ook enigszins charmante gelach bulderde vrolijk over de vlaktes en voegde zich samen met de melodieze lach van Amiya. Het was lang geleden maar hij voelde zich weer net zo jong als toen. Dichter en dichter kwam hij bij het achterwerk van Amiya. Kwam toen naast haar galloperen en hapte dan eens speels naar haar om haar daarna voorbij te gaan. ”Als je niet van me wint zul je een date met me moeten hebben kleine!” riep hij haar uitdagend toe. Zijn lange zwarte manen dansten langs zijn gespierde hals die hij voor zijn borst gevouwen had. De wind streek over zijn lichaam en zijn ogen waren gesloten. It’s taking me higher, higher, higher of the ground

~Muwhaha dat liedje was net op de radio Changes. It is a endless cycle. That keeps on changing. Though it stays the same ~ 11631 >D

Gesponsorde inhoud



Terug naar boven  Bericht [Pagina 1 van 1]

Soortgelijke onderwerpen

-

» Changing. I guess.

Permissies van dit forum:
Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum